/Beloopsvormen van MS
Beloopsvormen van MS2016-10-17T20:48:48+00:00

Beloopsvormen van Multiple Sclerose

Ondanks de variatie in en de onvoorspelbaarheid van de symptomen kent Multiple Sclerose toch een zekere regelmaat in de manier waarop de ziekte zich over een lange periode gedraagt. Men onderscheidt verschillende beloopsvormen van MS, waarbij men zich moet realiseren dat het beloop niet (goed) te voorspellen is en bovendien pas na verloop van tijd kan worden vastgesteld.

0.  Klinisch geïsoleerd Syndroom (CIS)
1.  Benigne (milde vorm)
2.  Relapsing Remitting (RR)
3.  Secundair Progressief (SP)
4.  Primair Progressief (PP)

0.  Een klinisch geïsoleerd syndroom (Clinically Isolated Syndrome, meestal afgekort tot CIS) is 1 enkele aanval die sterk lijkt op een schub (MS-aanval) zoals die bij MS voorkomt. Bij mensen met CIS kan MS niet worden geconstateerd, omdat zij niet aan genoeg criteria voldoen. Daarom zorgt een CIS vaak voor diagnostische en therapeutische dilemma’s; een aanzienlijk percentage patiënten met CIS en MRI-afwijkingen krijgt namelijk uiteindelijk wel MS.

Dit is voor de meeste neurologen reden om vroeg te starten met zogenaamde disease modifying therapieën (zoals interferonen of glatimeer acetaat) waarmee ze uitstel willen bereiken van het moment waarop definitief van MS kan worden gesproken.

De meest voorkomende symptomen bij CIS zijn tijdelijke gevoelloosheid, zichtproblemen en evenwichtsstoornissen. Als op de MRI ook laesies in het ruggenmerg worden gezien (terwijl de patiënt zelf daarvan geen klachten ervaart), bestaat er een hogere kans op het ontwikkelen van MS dan CIS-patiënten die geen ruggenmerglaesies hebben.

1. Bij de milde beloopsvorm is de tijd tussen de aanvallen lang, dat kan jaren duren. Door deze lage frequentie van aanvallen komt bij de mensen met de milde vorm van MS nauwelijks blijvende invaliditeit voor. Deze aparte categorie wordt gevormd door patiënten die na een relapsing-remitting begin van de klachten weinig tot nagenoeg geen achteruitgang van neurologische functies vertonen en na vele jaren relatief weinig beperkingen hebben in vergelijking met patiënten met een secundair progressief of een primair progressief beloop. Men spreekt dan van een zogeheten goedaardige beloop van MS. Ca. 10% van de patiënten heeft deze milde vorm van MS.

De waarschijnlijkheid om 10 jaar na het begin van MS een relatief goedaardig beloop te hebben, kan worden voorspeld door de volgende factoren: een relapsing-remitting begin van de ziekte, een zo laag mogelijke EDSS-score 5 jaar na het begin van de eerste klachten en een klein aantal exacerbaties gedurende de eerste 5 jaar van MS. Voor de waarschijnlijkheid om 20 jaar na het begin van de eerste klachten nog steeds een goedaardig beloop te hebben, is een EDSS-score van ≤ 2.0 van predictieve waarde. Het blijft dus mogelijk dat een benigne vorm op termijn overgaat in een meer actieve vorm van MS.

2. De relapsing/remitting vorm (RR) komt voor bij de meeste MS-patiënten. Hierbij verdwijnen de symptomen na afloop van een exacerbatie (MS-aanval, schub) weer geheel of gedeeltelijk. Dat noemen
we remissie. Patiënten met deze vorm van MS krijgen vaker met exacerbaties te maken dan patiënten met de benigne vorm. De exacerbaties zijn duidelijk te onderscheiden; elke aanval gevolgd door volledig herstel of door herstel met enig functieverlies. Tussen de exacerbaties in verslechtert de ziekte niet verder.

De relapsing remitting (RR) vorm is ook wel te typeren als het jojo-effect. Je bevindt je op een bepaald niveau, het gaat een tijdje slechter, maar dan knap je weer op tot het niveau waar je was òf iets minder (en dan heb je dus wat ingeleverd). Dan duurt het weer een tijd, er gebeurt wat, je knapt weer op, enz. Het kan dus letterlijk op en neer gaan.

3. Eenmaal begonnen met RR, kan de ziekte na verloop van tijd (jaren) overgaan in de fase secundair progressief (SP). Dan lijkt het aantal schubs (exacerbaties) te verminderen en wordt het wat rustiger (lijkt het), maar gelei- delijk aan gaat het wel slechter. Deze progressieve vorm komt veel voor en treft 40% van de MS-patiënten. De symptomen lijken aanvankelijk af te nemen, maar na verloop van tijd komen ze terug en na elke exacerbatie worden ze erger.

4. De primair-progressieve vorm (PP) gaat vanaf het begin gepaard met een voortdurende achteruitgang, en kent soms korte perioden van verbetering of stabilisatie. De toenemende klachten bij PP worden niet (altijd) vooraf gegaan door schubs. Slechts ca. 10% van de MS-patiënten lijdt aan deze primair progressieve vorm. Soms is tussendoor sprake van exacerbaties en spreekt men van progressieve relapsing. De ziekte verergert voortdurend en uiteindelijk gaan bepaalde functies en mogelijkheden permanent verloren. Bij deze groep patiënten ontstaan in korte tijd ernstige en meerdere stoornissen, ook op het cognitieve vlak. Deze cognitieve achteruitgang lijkt erger te zijn bij PP dan bij RR.

De meeste MS-behandelingen zijn gericht op het tegengaan van de schubs, de bijbehorende ontstekingen en de laesies. Bij de PP-vorm hebben deze behandelingen weinig effect. Immers, PPMS wordt juist gekenmerkt door een gestage progressieve (voortschrijdende) neurologische achteruitgang met zeer weinig relapses (aanvallen of schubs). De eventuele schubs worden wel gestopt, maar het neurologische verval en het progressief worden, worden niet geremd.
MS-Anders financiert om die reden een vernieuwend onderzoek naar het effect van de toepassing van fluoxetine bij patiënten met deze beloopsvorm.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten